Vergeet-me-nietjes

Mark liep met zijn hoofd licht gebogen langs de bekende supermarkt met de initialen van de stichter. Zijn rechterhand hield de hoog opgeslagen kraag van zijn jas dicht tegen de gure wind. Hoewel de eerste tekenen van de naderende lente zich aandienden, was het koud voor de tijd van het jaar. Hij keek even op om te zien waar hij zich bevond, en vond het uithangbord van Domino’s pizza’s. Iets verderop schreven grote oranje letters het woord BLOKKER. Hij passeerde een dichtgetimmerde coffeeshop en wist dat hij bijna bij zijn doel was, Miss Flowers de bloemenboetiek. Mark merkte dat hij onbewust zijn tred vertraagde, alsof hij bang was te vroeg voor de deur te staan. Hij was nerveus.
De morgen was goed begonnen, na een onrustige nacht, dat wel. Met haar zachte gezichtje en haar lieve lach, achter zijn gesloten ogen was hij in slaap gevallen, om met hernieuwde moed weer wakker te worden. Het doel voor die dag was duidelijk. De weg er naar toe een stuk minder. Haar hart behoorde hem toe. Daar was hij van overtuigd. Maar alle pogingen ten spijt, leek ze steeds verder van hem weg te dwalen. Toch gaf Mark niet op. Hij wist dat er maar een vonkje nodig was, en hij zou alles doen om dat kleine lichtpuntje aan te steken, waardoor alles weer zou ontbranden. De vraag was alleen hoe. Om te beginnen kon hij niet met lege handen aankomen, maar waarmee dan wel. Zijn eerste gedachten waren bloemen geweest, maar zodra hij de deur was uitgestapt, was de twijfel begonnen. Hield ze daar eigenlijk wel van? Hij wist het niet precies. Het was nooit ter sprake gekomen. En als het bloemen moesten zijn, wat voor bloemen dan! Misschien zou hij toch liever voor een goede fles wijn gaan? Hij keek naar het mooi uitgestalde kistje in de etalage, waar een fles donkere vloeistof op een bedje van slijpsel lag, toen keek hij verschrikt om zich heen. Hij was te ver doorgelopen. Mark draaide zich om en zag dat het doel van deze morgen, drie panden achter hem lag. Met een knikje tegen niemand in het bijzonder verlegde hij zijn route terug naar Miss Flower’s.

===

Elize keek naar de druppel condens op het grote raam en volgde zijn trage gang naar de onderkant van het kozijn. Het leek ook haar eigen gedachten te vertragen tot een tijdloze rivier van woorden en beelden. Sommigen heel duidelijk andere vaag en onsamenhangend. Het gezicht van de onbekende maar op een vreemde manier vertrouwde man bleef haar achtervolgen. Ze wist niet precies wat hij van haar wilde, maar bij de gedachten aan zijn iets wat stuntelige pogingen om contact te zoeken, moest ze toch weer glimlachen.

===

Als je mij niet vinden kunt, mooiste van alle vrouwen, volg dan het spoor van de kudde, weid je geiten waar de herders schuilen. Hooglied dacht hij met een verdwaasde glimlach, terwijl hij door de ruit van de bloemenwinkel staarde. Vreemd dat zo’n passage uit de Bijbel in eens door zijn hoofd schoot. Zou zij het begrijpen? Hij begreep het zelf niet eens, of wel. Mooiste van alle vrouwen. Dat was ze zeker, zonder enige twijfel. Vanaf dag één was hij van haar schoonheid in de ban geweest. Nog voor de blikken uit hun ogen elkaar raakten. Hem vinden. Ja dat doel had hij voor haar voor ogen. Een andere gedachten kwam in hem op, en hij vroeg zich af of hij deze tekst wel op zichzelf mocht betrekken. Waren de ‘hij’ en ‘zij’ in Hooglied niet een metafoor voor God zelf en het volk Israël? Of had de schrijver Salomo de liefdes dialoog geschreven zoals hij bedoeld was. Voor bruid en bruidegom. Door God geïnspireerd, dat dan weer wel. En toch, was zijn liefde voor Elise te vergelijken met de liefde van God? De spiegeling in het raam veranderde in een fijn gezichtje met lichte ogen waar kleine vonkjes vanaf sprongen. Hij kon de ontwapenende lach nu horen, terwijl dansende krullen het geheel omlijsten. Er trok een siddering langs zijn ruggengraat. Mark schudde licht zijn hoofd en probeerde zich te ontdoen van alle beelden en theologische gedachten. Hij was op een missie en zo God het wilde zou hij die tot een goed einde brengen. Hij opende de deur van de winkel en stapte naar binnen.
Er klonk een zacht belletje boven zijn hoofd als teken van zijn binnenkomst. Het gaf hem een kort onbehaaglijk gevoel. Hij was er nog niet klaar voor om direct ontdekt te worden. Het meisje achter de balie gaf een kort knikje, maar maakte verder geen aanstalte om Mark welkom te heten. Ze begrijpt het dacht hij. Een weelde aan geurende bossen bloemen was trapsgewijs -voor hem?- uitgestald. Iedere bos in zijn eigen zwarte emmertje, van klein petieterig oplopend tot enorme stillevens van springerige takjes, grote bladeren en bloemen in bonte kleuren. In een flits zag Mark de Schepper des levens aan het werk met een pallet van onmenselijk denkbare kleuren. Het toverde even een glimlach op zijn anders zo ernstige gezicht. Zijn ogen dwaalde van links naar rechts de rijen af. Welke grootte moest hij hebben. Niet te klein, maar ook weer niet te groot?
‘Kan ik u ergens mee helpen?’
Mark keek geschrokken op. Ze had hem dus toch niet helemaal begrepen.
‘Nee, dank u. Ik kijk nog even rond.’ Met een snelle gerustellende zucht zag Mark dat het meisje zijn afwijzing accepteerde, en richtte zijn aandacht weer op de bloemen voor hem.
Op de eerste rij stonden verschillende bossen met rode rozen. Iets te veel van het goede, dacht hij terwijl zijn blik verder dwaalde. Misschien witte of gele? Hij trok zijn mond iets scheef. Misschien waren rozen sowieso geen goed idee. Eerder een gemengd boeket. Met wellicht een enkele roos er in weggestoken? Zijn blik streelde de kleurige uitingen van genegenheid één voor één tot ze halverwege op een boeket van gemiddelde grootte bleef hangen. Blauw paarse bloemetjes met in het midden een gele ster, versterkt met hier en daar kleine gele roosjes staarden Mark aan. Vergeet-me-nietjes! Als je mij niet vinden kunt, mooiste van alle vrouwen.

===
Mark staarde naar de vrouw aan het tafeltje. De altijd brandende waakvlam in zijn binnenste laaide hoog op en ontbrandde een vuur dat zijn lichaam van kruin tot teen verwarmde. De pijn in zijn hart bewoog zich naar de achtergrond, voor even. Toen hun ogen elkaar vonden leek de wereld stil te staan. Mooiste van alle vrouwen.

===
‘Bloemen? Voor mij?’ Ze keek hem even schaapachtig aan, schonk hem een lichte glimlachte, en wijdde zich toen met een intense aandacht weer aan het boeket.
‘Vergeet-me-nietjes!’ Hij schrok van zijn harde stem en besefte te laat dat het geklonken had als een verwijt. ‘Ik bedoel te zeggen’ Hij verlaagde zijn stem nu tot een zacht gefluister. ‘Die blauw met gele, dat zijn Vergeet-me-nietjes.’ Ze leek hem niet te horen en begroef haar gezicht in de kleurige bos bloemen. Ze snoof met een hard en langgerekt geluid de zoete geur op.
‘Zoet is de geur van je huid, je naam is een kostbaar parfum. Daarom houden de meisjes van jou.’. Ze had met zachte stem gesproken, alsof in een andere wereld zonder hem aan te kijken, maar de tekst uit Hooglied herkende hij direct. Waarom had hij juist vandaag met dit Bijbelboek in zijn hoofd gelopen. Was het een knipoog van de Allerhoogsten? Wilde God hem iets zeggen?
‘Wie ben jij?’ Ze keek hem nu recht aan. Hij voelde hoe zijn adem stokte in zijn keel, terwijl het verdriet als een dikke, zware ruwe jute deken over hem heen viel. In eens wilde hij alles er uit gooien. Haar zonder remmingen alles vertellen, haar overspoelen met zijn liefde.
‘Ik ben…’ Hij stokte even. ‘Ik ben Mark’ zei hij toen snel. Zonder er echt bewust van te zijn omsloten zijn hand die van haar. Ze keek er een tijdje bevreemd naar en trok toen voorzichtig haar hand weer terug. ‘Mark?’ Ze schudde haar hoofd, en keek weer naar de bloemen. ‘Mooi’ Zei ze plots. ‘Voor mij?’ Mark knikte en hees zich moeizaam overeind. Het was tijd om te gaan. ‘Kom je nog eens langs? Dat zou ik fijn vinden’ Ze keek nu blij naar hem op. Hij keek liefdevol terug. ‘Natuurlijk doe ik dat’ Toen liep hij langzaam terug naar de ingang van de zaal. De vrouw in het wit die daar post had gevat, keek hem medelevend aan. ‘Enige progressie?’
Mark schudde zijn hoofd. De vrouw keek even langs hem heen. ‘We zullen goed voor haar zorgen. Zien we u morgen weer?’ Hij knikte en keek nog een keer om naar de ineengedoken figuur aan de tafel. Diep in haar binnenste zat de vrouw die ooit zijn vrouw was geweest. Onbereikbaar voor de buitenwereld en de wereld onbereikbaar voor haar. Ja hij zou zeker terug komen. Elke dag die God hem geven zou. Ooit zouden haar ogen weer oplichten van herkenning en zou ze in zijn armen springen. Misschien niet hier op aarde, maar ooit.

Advertenties
Dit bericht werd geplaatst in Uncategorized. Bookmark de permalink .

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s